Analyse: Zitten we al in een economische crisis?

De economische vooruitzichten lijken met de dag te verslechteren door stijgende energieprijzen, oplopende geopolitieke spanningen en een steeds hogere rente. Overheden proberen met nieuwe steunmaatregelen de koopkracht van huishoudens overeind te houden, maar is dat genoeg? In deze analyse maken we de balans op. Kunnen we al spreken van een economische crisis in Europa? En wat staat ons de komende maanden nog te wachten?

Zoals we in een eerder artikel al schreven is er pas sprake van een recessie als de economie twee maanden op rij krimp laat zien, een daling van het bruto binnenlands product. We concludeerden dat de Verenigde Staten al bijna in een recessie zitten, terwijl de Europese economie nog een minimale groei liet zien. Maar hoe is de situatie nu, ruim twee maanden later?

Er zijn meer economische indicatoren die inzicht geven in de staat van de economie, zoals de arbeidsmarkt, industriële productie, winkelverkopen en de ontwikkeling van het reële inkomen. Het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) volgt al deze indicatoren om vast te stellen in welke fase van de economische cyclus we ons bevinden. Wat zeggen deze indicatoren momenteel over de staat van de economie in de eurozone?

Daalt het reële bbp?

Volgens de laatste cijfers van Eurostat steeg het bbp in de eurozone in het tweede kwartaal op jaarbasis nog met 4,1%. Dat lijkt een prima groeicijfer, maar daar staat tegenover dat ook de inflatie sterk is toegenomen. In augustus was de inflatie in de eurozone gemiddeld zelfs 9,1% op jaarbasis, wat betekent dat het reële bbp in de muntunie negatief is. De groei van de economie is voor meer dan honderd procent toe te schrijven aan stijgende prijzen, wat betekent dat we deze vraag met ja kunnen beantwoorden. De inflatie overschaduwt de economische groei, wat betekent dat de reële economie nu al krimpt.

Antwoord: Ja

Bruto binnenlandse product groeit, maar minder dan de inflatie (Bron: Eurostat)

Daalt het reële inkomen?

In het tweede kwartaal van dit jaar stegen de lonen in de eurozone met gemiddeld 4% op jaarbasis. De afgelopen tien jaar is de loonstijging nog nooit zo hoog geweest als nu. In sommige gevallen stijgen de lonen nog veel harder, zie bijvoorbeeld de uitzonderlijke loonsverhoging bij de Nederlandse Spoorwegen. Daar krijgen werknemers een totale loonstijging van 9,25% en twee eenmalige uitkeringen van €1.000. Dit voorbeeld zal werknemers bij andere bedrijven aansporen om ook extra loonsverhoging te vragen, zeker nu dure boodschappen en hoge energieprijzen de koopkracht aantasten.

We verwachten dat de gemiddelde loonstijging in het derde kwartaal nog verder zal oplopen, maar niet genoeg om te compenseren voor de eerder genoemde inflatie van gemiddeld 9,1% in de eurozone. Dus ook op dit vlak gaan de meeste werknemers er momenteel eigenlijk niet op vooruit. Integendeel, met een loonstijging van 4% en een inflatie van 9,1% daalt het reële inkomen nog altijd met ongeveer 5%.

Antwoord: Ja

Lonen stijgen, maar opnieuw minder dan de inflatie (Bron: Eurostat)

Daalt de werkgelegenheid?

Volgens de laatste cijfers van Eurostat bereikte de werkloosheid in de eurozone in juli een nieuw record van slechts 6,6%. Daarmee ligt de werkloosheid momenteel zelfs lager dan voor de financiële crisis van 2008. De coronapandemie zorgde voor een plotselinge stijging van de werkloosheid, maar door alle monetaire en fiscale steunmaatregelen bleef het aantal faillissementen laag en liggen de banen voor het oprapen. Volgens het UWV is er nu zelfs in alle beroepsgroepen sprake van een tekort aan personeel.

Deze uitzonderlijk krappe arbeidsmarkt hoort bij hoogconjunctuur, een economie die op volle toeren draait. Dat klinkt hoopgevend, want mensen die zeker zijn van hun baan geven hun geld makkelijker uit. Maar als we kijken naar het effect van de hoge energieprijzen voor de industrie, het midden- en kleinbedrijf en de consument, dan is het haast onvermijdelijke dat de arbeidsmarkt zal verslechteren. Als mensen door een torenhoge energierekening minder geld overhouden voor luxe uitgaven, dan zal dat ongetwijfeld effect hebben op bepaalde sectoren van de economie.

Ook is het nog maar de vraag of bedrijven die veel energie nodig hebben nog wel winstgevend kunnen produceren. Het vooruitzicht van afnemende consumentenbestedingen en hogere productiekosten voor bedrijven zal uiteindelijk ook leiden tot meer faillissementen en daarmee verlies van banen. De eerste tekenen daarvan zijn al zichtbaar in Nederland, waar het werkloosheidscijfer de laatste maanden alweer oploopt. De werkgelegenheid begint dus langzaam te verslechteren, al komen we van een zeer goede uitgangspositie.

Antwoord: Ja

 

Werkloosheid in de eurozone is uitzonderlijk laag, maar stijgt alweer in Nederland (Bron: Eurostat)

Daalt de industriële productie?

De industriële productie in de eurozone is volgens de laatste cijfers van Eurostat in de maand juli met 2,3% gedaald ten opzichte van een maand eerder. Dat was de grootste daling op maandbasis in meer dan twee jaar. De krimp bleek bovendien veel groter dan een krimp van gemiddeld 1% waar economen rekening mee hielden. De reden voor deze daling zal bekend zijn, namelijk de torenhoge energieprijzen. De prijzen van stroom en gas zijn momenteel drie tot vier keer zo duur als een jaar geleden, waardoor sommige industrieën in de knel komen. Vooral de productie van kapitaalgoederen zoals machines en auto's daalde.

We verwachten dat naarmate de hoge energieprijzen langer aanhouden de impact op de industriële productie groter zal worden. Bedrijven zullen minder investeren en mogelijk zelfs productie tijdelijk stilleggen of naar andere landen verplaatsen waar de energie goedkoper is. Deze vraag moeten we helaas ook bevestigend beantwoorden. Antwoord: Ja

Dalen de winkelverkopen?

Als consumenten minder vertrouwen hebben in de economie of in hun eigen financiële situatie, dan houden ze vaker de hand op de portemonnee. En dat zien we terug in de cijfers van het CBS, want het consumentenvertrouwen in Nederland is tot een dieptepunt gedaald. Met een score van -59 lag het vertrouwen in augustus ruimschoots onder het gemiddelde van -9 over de afgelopen twintig jaar. Ook daalde de koopbereidheid van consumenten. Vooral met grote aankopen is men veel voorzichtiger geworden, omdat steeds meer mensen aan het einde van de maand simpelweg geen geld meer overhouden.

Consumentenvertrouwen naar nieuw dieptepunt in augustus (Bron: CBS)

Steeds minder mensen kunnen geld opzij zetten (Bron: CBS)

Dit pessimisme zien we nog niet terug in de cijfers van Eurostat, want de winkelverkopen in de eurozone daalden in juli met slechts 0,9% ten opzichte van een jaar geleden. Mensen gaven gemiddeld 2,4% minder uit aan voedsel, 0,9% minder aan duurzame consumptiegoederen en 0,6% meer aan brandstof. Men is dus al aan het bezuinigen op de uitgaven, gezien de sterke prijsstijgingen van voedsel en brandstof. Van een scherpe daling in winkelverkopen is dus geen sprake, maar het laatste jaar is er wel een duidelijk stagnatie zichtbaar. Zie ook onderstaande grafiek.

Antwoord: Ja

Winkelverkopen dalen nog niet, maar opwaartse trend stagneert (Bron: Eurostat)

Conclusie

In deze analyse hebben we gekeken naar verschillende criteria die ook het NBER gebruikt om de staat van de economie te duiden. Deze analyse heeft betrekking op de situatie in de gehele eurozone, wat betekent dat de situatie voor Nederland of België van dit gemiddelde kan afwijken. Het is algemeen bekend dat de Nederlandse economie door de extreem hoge hypotheekschuld gevoelig is voor veranderingen in de huizenprijzen. De eigen woning is voor veel huishoudens namelijk hun grootste bezittingen. Een daling van de huizenprijzen betekent dat overwaarde verdampt en dat sommige huishoudens onder water kunnen komen te staan. En dat heeft een groot effect op het koopgedrag en daarmee op de economie.

Tot slot moeten we vermelden dat deze analyse gebaseerd is op cijfers van Eurostat en het CBS en dat deze mogelijk kunnen afwijken van de realiteit. Zo bestaat er in de Verenigde Staten de website Shadowstats, dat de inflatie en werkloosheid berekent op basis van de oude rekenmethodes uit de jaren tachtig en negentig. Op basis van hun berekeningen blijkt de werkloosheid en inflatie sinds 2008 structureel hoger uit te vallen dan officieel gerapporteerd wordt. Het is dus mogelijk dat ook de cijfers in de Eurozone te rooskleurig worden weergegeven. Op basis van de hierboven genoemde vijf criteria kunnen we concluderen dat we al gedeeltelijk in een recessie zitten en dat de consumentenbestedingen en de werkloosheid daar met enige vertraging achteraan zullen lopen.