Bankruns in China, wat is er aan de hand?

Door: Frank Knopers

Terwijl Europese landen zich zorgen maken over hun eigen energievoorziening dreigt in China een bankencrisis te ontstaan. De problemen ontstonden in april, toen vier kleine lokale banken uit het niets de rekeningen van al hun klanten blokkeerden. De bankrun die daarop volgde werd met veel geweld neergeslagen door de autoriteiten, maar het bleef onrustig. Er volgden grote demonstraties tegen de banken en het hardhandige ingrijpen van de overheid. Maar wat is er precies gebeurd?

De Chinese regering heeft een onderzoek gestart naar Henan Xincaifu Group Investment Holding Co, een investeerder die een aandeel blijkt te hebben in alle banken die spaartegoeden van klanten blokkeerden. De verdenking is dat deze organisatie heeft samengewerkt met bankmedewerkers om geld van spaarders te gebruiken voor risicovolle beleggingen. Door tegenvallende resultaten kwamen deze banken in liquiditeitsproblemen, waardoor ze besloten tegoeden van klanten te bevriezen. Daardoor konden naar schatting 400.000 Chinese spaarders opeens niet meer bij hun geld.

Spaarders in onzekerheid

Om te voorkomen dat de bankrun zich verspreid over andere banken en de sociale onrust verder toeneemt is de overheid begonnen met compenseren van spaarders. Vorige week kregen rekeninghouders met minder dan 50.000 yuan op hun rekening (ongeveer €7.500) al geld terug, nu wil de regering ook klanten tot 100.000 yuan (ongeveer €15.000) compenseren. Daarmee zijn de problemen nog niet opgelost, want vermogende spaarders zitten nog steeds in grote onzekerheid.

China heeft wel een depositogarantiestelsel tot 500.000 yuan, maar daarmee zijn niet alle spaarders gered. Het is nog onduidelijk of alle rekeningen onder dit garantiestelsel vallen. Ook zijn bedrijven in de problemen gekomen, omdat ze door de bevriezing van zakelijke rekeningen bijvoorbeeld geen leveranciers of personeel meer kunnen uitbetalen.

Chinese banken onder druk

De Chinese bankensector kent bijna 4.000 kleine en middelgrote banken, die samen omgerekend $14 biljoen op hun balans hebben staan. In dat perspectief lijken de problemen bij de vier lokale banken in de provincie Henan niet zo ernstig, maar de gevolgen kunnen wel eens groot zijn. Het vertrouwen in de stabiliteit van de Chinese bankensector staat de laatste jaren namelijk steeds meer onder druk. In 2019 moest de regering voor het eerst sinds 1998 een bank nationaliseren. Kleine spaarders kregen toen hun geld terug, maar vermogende klanten niet.

Dit bankschandaal kan dus verstrekkende gevolgen hebben. De demonstraties van boze spaarders gaan nog steeds door en de overheid zet steeds zwaardere middelen in om deze de kop in te drukken. Zelfs het leger zou zijn ingezet om de protesten neer te slaan. Deze uit de hand gelopen bankrun lijkt een incident, maar zou wel eens een voorbode kunnen zijn voor meer problemen. De Chinese huizenmarkt laat namelijk tekenen van afkoeling zien, terwijl veel spaarders hun vermogen de laatste jaren in vastgoed hebben gestopt.

Evergrande

Vorig jaar kwam Evergrande al in grote problemen en sindsdien hebben ook veel andere partijen in deze markt het moeilijk. Veelzeggend is dat de obligatiekoersen van verschillende vastgoedontwikkelaars sindsdien in elkaar zijn gestort. Een probleem op de Chinese vastgoedmarkt kan ook gevolgen hebben voor de hypotheekportefeuilles van banken. Als meer mensen hun hypotheek niet meer willen of kunnen betalen, bijvoorbeeld door vertraging bij nieuwe bouwprojecten of dalende huizenprijzen, dan kan dat ook banken in de problemen brengen.

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines