Centrale bank Nieuw-Zeeland moet huizenprijzen onder controle houden?

De regering van Nieuw-Zeeland heeft de centrale bank opgeroepen om het monetaire beleid af te stemmen op de huizenmarkt. De centrumlinkse regering onder leiding van premier Jacinda Ardern wil iets doen aan de oververhitte huizenmarkt, want de huizenprijzen stijgen in hoog tempo. Voor de eerste helft van dit jaar voorziet de centrale bank zelfs een prijsstijging van 22,4%. Dat is veel meer dan de prognose van 7,9% prijsstinging die de centrale bank in november verwachtte. Het is nog onduidelijk wat de centrale bank moet doen om de huizenmarkt te temmen.

De regering is van mening dat de centrale bank mede verantwoordelijk is voor de stijgende huizenprijzen. Net als veel andere centrale banken heeft de centrale bank van Nieuw-Zeeland door de coronapandemie de rente verlaagd. Ook kwam ze met een nieuw opkoopprogramma van NZ$100 miljard om de lange rente omlaag te drukken. Dit heeft bijgedragen aan een lagere hypotheekrente, waardoor mensen meer geld kunnen lenen. In combinatie met schaarste op de woningmarkt leidt dit tot steeds hogere prijzen. Dat versterkt de vermogensongelijkheid, omdat mensen die geen huis kunnen kopen niet profiteren van de stijging. Sterker nog, hogere huizenprijzen werken ook door in de huren. Daardoor wordt wonen, een primaire levensbehoefte, steeds duurder.

Huizenprijzen

Nieuw-Zeeland legt het probleem van te hoge huizenprijzen neer bij de centrale bank. Die zou met haar monetaire beleid snel stijgende huizenprijzen in de hand werken. Het is echter de vraag of de centrale bank dit probleem wel kan oplossen. Centrale banken zeggen te streven naar prijsstabiliteit, maar dat is wat anders dan streven naar een bepaald prijspunt. Want hoe kunnen zij nou bepalen hoe hoog de huizenprijzen zouden moeten zijn? En welke instrumenten zouden ze moeten hanteren om de huizenprijzen te laten dalen?

In reactie op deze plannen steeg de Nieuw-Zeelandse dollar tot het hoogste niveau sinds augustus 2017. Blijkbaar anticiperen de financiële markten op een scenario waarin de centrale bank een krapper monetair beleid gaat voeren om de rente omhoog te krijgen. Het probleem is alleen dat de centrale bank geen directe invloed kan uitoefenen op de hoogte van de hypotheekrente. Dat bepaalt de markt. Er zijn dus geen conventionele instrumenten waarmee de centrale bank aan deze politieke wens kan voldoen.

Wat moeten centrale banken doen?

Dit voorbeeld uit Nieuw-Zeeland laat zien wat er allemaal mis kan gaan als politici diverse problemen op het bordje van de centrale bank schuiven. Het sturen van huizenprijzen klinkt als een vorm van prijscontrole, die meer aansluiting vindt bij een centraal aangestuurde planeconomie dan bij een kapitalistische vrijemarkteconomie. Dat de huizenprijzen zo hoog zijn is vooral het gevolg van politieke besluiten, die rechtstreeks effect hebben op vraag en aanbod. Denk bijvoorbeeld aan de leennormen voor hypotheken en maatregelen om de woningbouw te stimuleren. Als de huizenprijzen te hoog zijn is dat eerder het gevolg van overkreditering of een schaarste aan woningen.

Toch is het niet voor het eerst dat politieke vraagstukken bij de centrale bank worden neergelegd. Wanneer men de indruk krijgt dat centrale banken gehoor geven aan politieke wensen zullen meer politici en belangengroepen daar hun pijlen op richten. Dit zien we bijvoorbeeld terug in relatie tot duurzaamheid en klimaatverandering. Toen Christine Lagarde het roer overnam bij de ECB stelde ze het doel de centrale bank 'groener' te maken. Sindsdien neemt de druk op de centrale bank toe om meer 'groene' obligaties en minder obligaties van vervuilende bedrijven te kopen. Het is een glijdende schaal die weinig goeds belooft voor het primaire mandaat van centrale banken, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit.

Frank Knopers

Wilt u reageren op deze column? Stuur een e-mail naar contact@goudstandaard.com