Column: Het gevaar van een traditionele beleggingsportefeuille

Decennia lang bouwden vermogensbeheerders hun beleggingsportefeuille volgens het 60/40 principe. Met 60% in aandelen profiteerden zij van stijgende aandelenkoersen, terwijl ze met 40% in staatsobligaties beschermd waren in tijden van crisis. Vanwege de negatieve correlatie tussen beide leverde deze standaardportefeuille vrijwel altijd rendement op. Deze beleggingsstrategie heeft echter zijn beste tijd gehad, omdat obligaties niet langer de bescherming bieden die ze in het verleden boden.

In een traditionele beleggingsportefeuille dekken beleggers hun positie in aandelen af met obligaties. In economisch goede tijden stijgt de aandelenmarkt en in slechte tijden zoeken beleggers hun toevlucht in staatsleningen. De afgelopen drie decennia leverden aandelen gemiddeld 10% op, terwijl staatsobligaties goed waren voor gemiddeld 6% per jaar. Dat vertaalt zich naar een rendement van ruim 8% per jaar. Staatsobligaties functioneerden dus niet alleen als verzekering in de portefeuille, ook leverden ze een positief rendement op.

Staatsobligaties

De tijden dat beleggen zo eenvoudig was ligt definitief achter ons, want obligaties vervullen niet langer hun functie als verzekering van de beleggingsportefeuille. De afgelopen tien jaar zakte de rente bijna naar nul, waardoor staatsobligaties geen cashflow meer genereren. Het enige rendement van obligaties komt nu van eventuele waardestijging door een dalende rente. De vraag is echter hoe ver de rente nog kan dalen voor het hele geldsysteem disfunctioneel wordt. Tijdens de coronacrisis gingen aandelen en staatsobligaties op een gegeven moment tegelijk onderuit, waardoor beleggingsfondsen met deze traditionele strategie grote verliezen leden.

Met de verwachting dat het rendement op staatsleningen steeds verder naar nul zakt moet je als belegger meer (risicovolle) aandelen in de portefeuille nemen om een rendement van 8% op jaarbasis te halen, waardoor het neerwaartse risico steeds groter wordt. Wanneer obligaties geen inkomsten meer opleveren moet de aandelenportefeuille per jaar 13,3% opleveren om op het gewenste rendement van 8% uit te komen.

Goud als alternatief?

Hoe kun je als belegger inspelen op deze veranderingen? Nu staatsobligaties geen rendement meer opleveren wordt het interessanter om alternatieven te overwegen. Uit onderzoek is gebleken dat goud in tijden van crisis een negatieve correlatie heeft met aandelen. Het edelmetaal levert net als staatsobligaties geen inkomsten op, maar daar staat tegenover dat het ook geen tegenpartij risico kent. Een staatslening is slechts een schuldbewijs, terwijl goud een tastbare bezit is. Wanneer de rente op staatsobligaties verder naar nul zakt of zelfs negatief wordt is het edelmetaal een aantrekkelijk alternatief.

De tijd dat staatsobligaties een beleggingsportefeuille beschermden en daarnaast extra inkomsten genereerden ligt definitief achter ons. Binnen dit financiële systeem blijft de rente laag en loont het om uit te wijken naar alternatieven. Bedrijfsobligaties leveren weliswaar meer rente op, maar bieden minder bescherming in tijden van crisis. In een tijd van negatieve rente en ongekend monetair beleid verdient goud zeker een plaats in een goed gespreide beleggingsportefeuille. Ook voor het rendement hoeft dat geen stap terug te betekenen. Het edelmetaal heeft sinds 1971 een rendement van gemiddeld 8,3% op jaarbasis opgeleverd.

Frank Knopers

Goud presteerde dit jaar beter dan de aandelenmarkt (klik voor een grotere versie)