Column: Wanneer de aandelenmarkt geen veilige haven is

Door de lage rente behaalden aandelen de afgelopen jaren een uitstekend rendement. Obligaties leveren daarentegen steeds minder op. Inmiddels is het dividend op een aandelenportefeuille vaak zelfs hoger dan de rente op staatsleningen. Ook het afgelopen jaar bleef de aandelenmarkt stijgen. Is er nog wel een alternatief voor aandelen? Of zijn er toch redenen om je zorgen te maken?

De rente staat historisch laag en steeds meer mensen vragen zich af of centrale banken de situatie nog wel onder controle hebben. Opkoopprogramma's worden opnieuw opgestart en de Fed heeft de rente vorig jaar opnieuw verlaagd. Het lijkt dus allemaal goed te gaan met de economie, maar achter de schermen neemt de roep om nieuwe stimulering toe. Helikoptergeld, green bonds, fiscale stimulering, het is allemaal al eens de revue gepasseerd.

Het is een gevaarlijk spel, omdat centrale banken uiteindelijk altijd de valuta opofferen om een falend systeem overeind te houden. Liever nog wat extra geld drukken dan een deflatoire depressie zoals die van de jaren dertig. Tot op heden weten centrale banken de rust nog te bewaren, maar wat als het een keer helemaal mis gaat?

Hyperinflatie

In het verleden zijn er tal van voorbeelden geweest van hyperinflatie. In al deze gevallen werd de munt waardeloos, ofwel door een overdosis schuld in vreemde valuta ofwel door vernietiging van de productieve basis van een economie. Dat laatste kan gebeuren door een oorlog of door economische sancties. Ook kan een land door mismanagement in grote problemen komen, maar vaak is er sprake van een combinatie van factoren.

Het meest recente voorbeeld van hyperinflatie is Venezuela, waar de valuta nog steeds in rap tempo aan waarde verliest. In een jaar tijd steeg het minimumloon van 18.000 naar 250.000 bolivar, terwijl de koopkracht daarvan omgerekend naar dollars van $5,50 naar $3,50 daalde. De lonen lijken dus te stijgen, maar omgerekend naar een meer stabiele valuta is er sprake van een daling.

Datzelfde zien we terug op de aandelenmarkt. Nergens in de wereld stegen aandelen vorig jaar zo hard als in Venezuela. De Caracas Stock Exchange behaalde een rendement van 7556%, maar zelfs dat was niet genoeg om de waardedaling van de munt op te vangen. Omgerekend naar dollars en tegen de wisselkoers op de zwarte markt blijft er van die winst namelijk helemaal niets meer over. Sterker nog, gemeten in dollars verloor de beurs van Caracas juist 27,29% van haar waarde.

De aandelenmarkt van Venezuela, in bolivars en in dollars

Hyperinflatie is niet goed voor aandelen

Deze daling valt ook goed te verklaren, want het ligt voor de hand dat bedrijven in Venezuela last hebben van deze situatie. Hyperinflatie heeft de koopkracht van een groot deel van de bevolking vernietigd. Dat raakt ook beursgenoteerde bedrijven, omdat ze daardoor minder producten en diensten kunnen verkopen. Daar komt bij dat bedrijven in hyperinflatie meer problemen ondervinden om hun logistieke keten in stand te houden.

Vergelijkbare voorbeelden vinden we in Zimbabwe, Argentinië en in de Weimar republiek. In alle gevallen schoot de aandelenmarkt omhoog, omdat spaarders dachten dat hun spaargeld daar wel veilig was. Tot op zekere hoogte klopt deze aanname. Tijdens een hyperinflatie wisten aandelen hun koopkracht immers beter te behouden dan het papiergeld. Maar een veilige opslag van waarde was het niet.

Vlucht naar harde valuta en goud

Wanneer overheden en centrale banken hun munt opofferen om de economie overeind te houden, dan is ook de aandelenmarkt geen veilige haven meer. Aandelenkoersen zullen steeds harder omhoog gaan, maar op een gegeven moment krijgt geldontwaarding de overhand. Dat betekent dat de reële koopkracht van die aandelen daalt. Dat gaat eerst langzaam, maar als de hyperinflatie langer doorgaat en autoriteiten nog meer olie (geld) op het vuur gooien kan dat een complete destructie van de economie teweeg brengen. In dat geval kan ook de waarde van een aandeel compleet verschrompelen.

Het boek When Money Dies van Adam Fergusson geeft een heldere en indrukwekkende beschrijving van de hyperinflatie in de Weimar republiek. De auteur beschrijft in zijn boek hoe het geld in een paar jaar tijd compleet waardeloos werd. Mensen verkochten in nood bijna al hun spullen voor bodemprijzen aan handelaren (vaak uit het buitenland) die nog wel hard geld hadden. Tegen harde buitenlandse valuta en gouden munten kochten zij voor een schijntje fabriekspanden, huizen en mooie spullen op.

Inwoners van de Weimar republiek die de geschiedenis kenden kochten waarschijnlijk ook tijdig goud en vreemde valuta om hun vermogen veilig te stellen. Mensen die belegden in aandelen verloren na de hyperinflatie alsnog een groot deel van hun koopkracht. Het is te hopen dat we die ellende niet opnieuw hoeven mee te maken. Toch is een verzekering tegen geldontwaarding in een tijd van roekeloos monetair beleid geen overbodige luxe. In elk geval is het boek een aanrader om eens te lezen.

Frank Knopers