Grondstofprijzen schieten omhoog, stagflatie dreigt?

De prijzen van veel producten zijn het begin van de coronacrisis flink gestegen. Hoge grondstofprijzen en een schaarste aan productie- en transportcapaciteit zorgen voor steeds hogere prijzen. Daardoor betalen consumenten steeds meer voor levensmiddelen en brandstof. In de VS ligt de inflatie nu al vier maanden hoger dan 5%, terwijl de consumentenprijzen in de Eurozone nu met 3% op jaarbasis stijgen. In beide gevallen is dat het hoogste niveau in meer dan tien jaar.

Tot op heden weten bedrijven de hogere productiekosten door te berekenen aan consumenten, waardoor bedrijfswinsten en aandelenkoersen blijven stijgen. Maar voor de reële economie ziet het vooruitzicht er minder gunstig uit. Door hoge prijzen voor olie en gas en met voedselprijzen die in een jaar tijd met een derde zijn gestegen dreigt het scenario van stagflatie.

Men spreekt van stagflatie wanneer de inflatie hoog is, maar de economische groei afneemt. Stijgende prijzen hebben dan een remmend effect op de economische activiteit. Dit scenario stelt overheden en centrale banken voor een grote uitdaging, omdat stagflatie moeilijk te bestrijden is. Een hogere inflatie verergert de problemen, terwijl het afremmen van de economie kan leiden tot schulddeflatie en hogere werkloosheid.

Stagflatie

Centrale banken als de Fed en de ECB hebben de afgelopen maanden steeds gezegd dat hoge inflatie slechts een tijdelijk fenomeen was. De prijsstijgingen zouden het gevolg zijn van een verstoring in de logistieke ketens en het opengaan van de economie na alle lockdown maatregelen. Maar nu begint ook bij centrale banken de twijfel toe te nemen. Zo verklaarde Fed-voorzitter Jerome Powell dat hij worstelt met de combinatie van hoge inflatie en hoger dan normale werkloosheid. Om de werkloosheid omlaag te brengen moet de rente laag blijven, maar dat jaagt inflatie verder aan.

"Dit is een situatie waarin er een spanningsveld is tussen onze twee doelstellingen. De inflatie is hoog en ruim boven onze doelstellingen, maar toch lijkt er nog speling te zitten in de arbeidsmarkt", zo vertelde Powell tijdens het European Central Bank Forum. Daarmee verwees hij impliciet naar de stagflatie in de jaren zeventig. Ook toen was er spraken van een relatief hoge werkloosheid en snel stijgende prijzen.

Eerder deze week zei Powell in een toespraak voor het Senate Banking Committee in de VS dat de inflatie langer hoog blijft dan eerder werd gedacht. De komende maanden moeten we er nog rekening mee houden, maar op de langere termijn voorziet hij nog steeds een normalisering van de inflatie. Hij noemt problemen met logistieke ketens en voorraden als belangrijkste oorzaak van de snel stijgende prijzen.

Vlucht naar grondstoffen?

Centrale banken hebben al aanwijzingen gegeven dat ze hun steunmaatregelen willen afbouwen. Het is echter de vraag of dit genoeg is om de oorzaken van hoge inflatie weg te nemen. Als de grondstofprijzen - waaronder energieprijzen - langdurig hoog blijven en consumenten dat merken in hun portemonnee zullen ze hogere lonen eisen. Dit kan een vicieuze cirkel van hogere lonen en hogere prijzen in gang zetten.

Dit scenario is bijzonder ongunstig voor spaarders, omdat hoge inflatie betekent dat geld sneller aan koopkracht verliest. Dit wordt versterkt door de lage rente, waardoor spaargeld geen rente meer oplevert. De stagflatie in de jaren '70 ging gepaard met een speculatieve vlucht in grondstoffen. Vooral edelmetalen profiteerden van deze periode, omdat beleggers dat ook toen al zagen als een soort veilige haven in tijden van hoge inflatie. Mogelijk stevenen we opnieuw af op een fase van stagflatie.

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines