Is de economie wel echt hersteld van de crisis?

Anderhalf jaar na het begin van de coronacrisis lijkt het economisch weer wat beter te gaan. Tenminste, als we kijken naar de financiële markten. Aandelenmarkten staan op recordhoogte, terwijl de gevreesde correctie op de huizenmarkt uitbleef. Sterker nog, door alle steunmaatregelen van overheden en de lage rente zijn huizenprijzen tot recordhoogte gestegen. Toch maakt het niet iedereen gelukkig, want het consumentenvertrouwen is nog steeds niet terug op het niveau van voor de crisis. Hoe komt dat?

Onderstaande grafiek laat deze tweedeling goed zien. De oranje lijn is de Amerikaanse Dow Jones beursindex en staat op recordhoogte. De blauwe lijn is de Consumer Comfort Index (CCI), een populaire indicator voor het consumentenvertrouwen. Deze indicator van Langer Research meet al sinds 1985 het sentiment onder de Amerikaanse consument. Deze indicator laat zien dat het sentiment sinds het dieptepunt van de coronacrisis wel wat is hersteld, maar nog lang niet terug is op het niveau van voor de crisis. Dat terwijl deze twee indicatoren historisch gezien een sterke correlatie hebben. De laatste score van 49,3 betekent dat iets meer dan de helft van de consumenten momenteel negatief is over de economie.

Consumentenvertrouwen blijft achter bij de aandelenkoersen (Bron: Langer Research)

Minder banen

De coronapandemie werpt nog steeds een schaduw op de economie. De deltavariant zorgt in sommige landen voor meer besmettingen, terwijl de vaccins minder goed blijken te werken dan eerder werd gedacht. Maar er zijn ook andere redenen waarom het consumentenvertrouwen achterblijft. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld is de arbeidsmarkt sinds de coronacrisis behoorlijk verslechterd.

Er komen weliswaar iedere maand nieuwe banen bij, maar de werkloosheid ligt nog steeds substantieel hoger dan voor de crisis. Het aantal volwassen Amerikanen dat geen baan heeft en niet actief op zoek meer is naar werk steeg door de coronacrisis naar 100 miljoen. Dat zijn er 5 miljoen meer dan eind 2019. Voor deze groep zijn de economische vooruitzichten niet beter geworden. Er is dus geen sprake geweest van volledig herstel op de arbeidsmarkt.

Steeds meer Amerikanen niet actief op zoek naar werk (Bron: St. Louis Fed)

Toenemende ongelijkheid

Een ander probleem dat veel Amerikanen raakt is de toenemende ongelijkheid. Zoals we eerder al schreven zijn financiële activa zoals aandelen en vastgoed sterk in waarde gestegen. Mensen die deze bezittingen hebben zagen hun vermogen het afgelopen jaar toenemen, maar de Amerikanen die deze bezittingen niet hebben gingen erop achteruit. De lonen zijn weliswaar gestegen, maar veel minder hard dan de inflatie. De laatste maanden ligt de inflatie in de VS boven de 5%, het hoogste percentage in meer dan tien jaar. Dat betekent dat met name de lagere inkomens hun koopkracht zien dalen. Ook spaarders leveren in, omdat de inflatie veel hoger is dan de rente.

Zetten we al deze ontwikkelingen naast elkaar, dan kunnen we concluderen dat de coronacrisis de kloof tussen rijk en arm heeft versterkt. Vermogende mensen met aandelen, vastgoed of andere bezittingen zien dat vermogen sterk in waarde stijgen, terwijl de lagere inkomens vooral de negatieve effecten van inflatie voelen. Hun besteedbare inkomen daalt, terwijl het kopen van een huis steeds lastiger wordt. Voeg daar negatieve rente aan toe en je begrijpt dat het voor lagere inkomensgroepen veel lastiger is geworden om vermogen op te bouwen.

Inflatie in de VS naar hoogste niveau in tien jaar (Bron: Bureau of Labor Statistics

De afbeelding boven het artikel is afkomstig van QuoteInspector en is beschikbaar onder de Creative Commons licentie

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines