Klimaatstrepen? Wat te denken van de inflatiestrepen!

De afgelopen maanden heeft u ze misschien al eens voorbij zien komen, de zogeheten klimaatstrepen. Het is een creatie van Ed Hawkins, klimaatwetenschapper aan het National Centre for Atmospheric Science van de Universiteit van Reading. De grafiek laat de verandering in de temperatuur op aarde zien vanaf 1850. De kleur blauw symboliseert een daling van de temperatuur, terwijl rood symbool staat voor de opwarming van de aarde. We zien dat de grafiek van overwegend blauw naar dieprood kleurt.

Deze klimaatstrepen laten zien dat de temperatuur vooral de laatste decennia sterk is gestegen. De trend lijkt zorgwekkend, maar het is de vraag in hoeverre deze data een volledig beeld schetsen van de opwarming van de aarde over een langere termijn. In de middeleeuwen was er bijvoorbeeld ook een warme periode, waarin de temperatuur in grote delen van Europa veel hoger was dan in de latere eeuwen. Door deze periode niet mee te nemen ontstaat er een indrukwekkende visualisatie van het 'klimaatprobleem'. Tussen haakjes, omdat een grafiek met een langere looptijd wellicht een minder dramatisch effect geeft.

De klimaatstrepen van klimaatwetenschapper Ed Hawkins (Bron: Showyourstripes)

Klimaatstrepen? Inflatiestrepen!

Met het zien van deze grafiek moest ik opeens aan iets anders denken. De trend van de afgelopen 150 jaar vertoont namelijk veel gelijkenissen met de inflatie. Niemand kijkt er tegenwoordig meer van op dat de prijzen elk jaar een paar procent stijgen, maar tot een paar decennia geleden was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. In de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw wisselden periodes van inflatie af met periodes van deflatie. In de Verenigde Staten was het prijspeil begin 1800 enigszins vergelijkbaar met dat van begin 1900. Er waren in die honderd jaar wel wat fluctuaties, maar over het algemeen wist het geld haar waarde te behouden.

Dat veranderde allemaal in de twintigste eeuw. Om twee kostbare wereldoorlogen te financieren werd de waarde van het geld uitgehold, eerst door het loslaten van de goudstandaard en later door de opkomst van een ongedekt geldsysteem op basis van krediet. In de Verenigde Staten stond de dollar in de achttiende en negentiende eeuw nog gelijk aan een bepaalde hoeveelheid goud of zilver en werd de kredietverlening beperkt tot de beschikbare hoeveelheid edelmetaal. Dat veranderde in de twintigste eeuw met de oprichting van de Federal Reserve in 1913 en de confiscatie van goud in 1934. De dollar was niet langer van goud, maar slechts een belofte op goud. Ook die belofte werd in 1971 verbroken door president Nixon, toen hij de inwisselbaarheid van de dollar in goud opschortte.

Het monetaire anker werd voorgoed losgelaten en wat volgde was een periode van bijna ongelimiteerde geldcreatie. Wat dat heeft gedaan met het prijspeil in de Verenigde Staten? Dat zien we in onderstaande grafiek. Geen klimaatstrepen, maar inflatiestrepen!

Inflatiestrepen (klik voor een grotere versie)

Inflatiestrepen

De grafiek is gebaseerd op de consumentenprijzen in de Verenigde Staten vanaf 1775 tot 2019. De data van 1775 tot 1912 is afkomstig van een historisch onderzoek van politicoloog Robert Sahr van de Oregon State University. De gegevens van 1913 tot 2019 zijn gebaseerd op de Consumer Price Index (CPI) en zijn afkomstig van het Bureau of Labor Statistics. De koopkracht is geïndexeerd naar het equivalent van $1 in het jaar 1775. Donkerblauw zijn periodes waarin de dollar relatief veel koopkracht had ten opzichte van 1775. Hoe meer de kleur omslaat naar rood, hoe meer de koopkracht van de dollar daalt ten opzichte van 1775.