Polen wil nog eens 100 ton goud kopen

De centrale bank van Polen wil de komende jaren nog minstens 100 ton goud kopen. Dat zei de gouverneur van de centrale bank Adam Glapinski in een interview met Poolse weekblad Sieci. "Op dit moment hebben we 229 ton goud, waarvan we ongeveer de helft hebben gekocht gedurende mijn termijn als gouverneur. De komende jaren willen we tenminste honderd ton goud bijkopen en in Polen bewaren", zo zei de centraal bankier in het interview dat vandaag verscheen.

In 2019 verdubbelde Polen haar goudvoorraad met een aankoop van ongeveer honderd ton. Het jaar daarvoor had de centrale bank ook al 25 ton van het gele metaal aan haar reserves toegevoegd. De centrale bank schreef in een verklaring op haar website dat de Poolse goudvoorraad relatief laag was ten opzichte van andere centrale banken. Later dat jaar besloot de centrale bank ook een groot deel van haar goudvoorraad over te plaatsen van de Bank of England naar de goudkluis in eigen land.

Goud als vertrouwensanker

De Poolse centrale bank noemde goud de 'ultieme reserve' die altijd als vertrouwensanker kan dienen, vergelijkbaar met wat De Nederlandse Bank over haar goudvoorraad zegt. Ook ziet Polen het als bescherming tegen geopolitiek risico. Vanuit dat perspectief is de repatriëring van de goudreserve opvallend. Blijkbaar maakt de centrale bank zich meer zorgen over de veiligheid van haar goudvoorraad in Londen dan op eigen grondgebied, waar het dichterbij Rusland ligt.

De laatste jaren hebben verschillende Oost-Europese landen goud gekocht of teruggehaald naar hun eigen grondgebied. Hongarije vertienvoudigde haar goudvoorraad en haalde het terug naar eigen land. In een toelichting zei de Hongaarse centrale bank dat het edelmetaal geen tegenpartij risico kent. Servië voegde eind 2019 nog negen ton goud aan haar voorraad toe, haar grootste aankoop sinds 1998.

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines