Waarom kopen Duitsers zoveel goud?


Sinds het begin van dit jaar is de goudprijs al met bijna 20% gestegen, de beste start van het jaar in lange tijd. Wat daarbij opvalt is dat vooral in Europa de vraag naar goud sterk is toegenomen, net als in de Verenigde Staten. Dat is opvallend, want de laatste jaren was goud kopen vooral populair in de opkomende Aziatische landen.

Maar waarom koopt men ook in het Westen opeens meer goud? Daar zijn twee verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Als eerste is er de onzekerheid over de degelijkheid van de Europese bankensector, waardoor spaarders zich meer zorgen maken over de veiligheid van hun spaargeld. Daarnaast is er al enige tijd een trend gaande van steeds lagere en zelfs negatieve rente. De ECB heeft met haar monetaire beleid een negatieve rente op staatsobligaties afgedwongen, waardoor ook het rendement op relatief veilige beleggingen en spaargeld is afgenomen.

Spaarders zien deze onzekere factoren als reden om fysiek goud te kopen, bij voorkeur munten en goudbaren met een hoge zuiverheid en een relatief lage premie. Zo zagen we in de Verenigde Staten een enorme toename in de verkoop van gouden Eagle munten, terwijl cijfers van de World Gold Council een sterke toename in de Europese vraag lieten zien. Zo wordt er in Duitsland op jaarbasis ongeveer 100 ton goud gekocht, terwijl dat voor de crisis slechts 15 ton was. Ook in het Verenigd Koninkrijk en Japan, waar de vraag naar edelmetaal tot een paar jaar geleden verwaarloosbaar klein was, is er opeens belangstelling voor edelmetalen.

Duitsers kopen goud als veilige haven

Vooral in Duitsland is goud kopen behoorlijk ingeburgerd, wat voor een belangrijk deel te maken heeft met de slechte ervaringen uit het verleden. Tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog maakte het land een verwoestende hyperinflatie mee, waardoor alle spaartegoeden waardeloos werden en er grote tekorten ontstonden aan levensmiddelen en medicijnen. Nu de ECB de grenzen van haar monetaire beleid oprekt verlangen veel Duitsers weer naar de veiligheid van fysiek goud, dat ze buiten het financiële systeem kunnen bewaren.

Het onderzoekscentrum voor financiële dienstverlening van de Steinbeis Universiteit deed in 2010 onderzoek naar het spaargedrag van Duitsers, waaruit naar voren kwam dat een kwart van de respondenten al fysiek goud bezit. Het onderzoekscentrum schat de totale bezitting van goud in Duitsland (publiek en privaat samen) op 7.500 ton. Daarvan ligt bijna de helft bij de centrale bank, de rest bestaat uit juwelen, gouden munten en goudbaren.