Wat moet u weten over het nieuwe pensioenstelsel?

Vlak voor het einde van het jaar is een nieuw wetsvoorstel aangenomen dat ons pensioenstelsel grondig zal hervormen. In het nieuwe stelsel gaan de pensioenen meer meebewegen met de ontwikkelingen op de financiële markten. Ook moet het inzichtelijker worden hoeveel pensioen je als individu hebt opgebouwd. Wat gaat er precies veranderen?

Wat gaat er veranderen in het nieuwe pensioenstelsel?

De belangrijkste verandering ten opzichte van het huidige stelsel is dat de uitkeringsovereenkomst wordt aangepast. De garantie dat de pensioenuitkering altijd minimaal 70% van het gemiddeld verdiende loon is komt in het nieuwe stelsel te vervallen. In plaats daarvan wordt de pensioenuitkering afhankelijk van het rendement dat pensioenfondsen maken.

In plaats van indexatie bij goede beleggingsresultaten zal de pensioenuitkering in het nieuwe stelsel meer meebewegen met de ontwikkelingen op de financiële markten. Dat betekent dat de verwachte pensioenuitkering stijgt bij goede rendementen, maar ook kan dalen bij tegenvallers. Daardoor kan het pensioen ook lager uitvallen dan onder het oude stelsel.

Om onzekerheid voor deelnemers te verkleinen worden deze schommelingen kleiner naarmate men dichter bij de pensioengerechtigde leeftijd komt. Wie zijn pensioen onderbrengt bij commerciële verzekeraars kan zelfs een vaste pensioenuitkering regelen. Daarmee krijgen deze partijen een sterkere concurrentiepositie ten opzichte van reguliere pensioenfondsen.

Wat betekent dit voor het beleggingsbeleid?

In principe blijven pensioenfondsen de inleg van deelnemers spreiden over verschillende soorten beleggingscategorieën, net zoals ze dat nu al doen. Maar omdat de pensioenen meer persoonsgebonden worden zullen pensioenfondsen in de praktijk met een kortere horizon moeten gaan beleggen. Voor oudere deelnemers moeten de fondsen met een zeer laag risico beleggen, wat in de praktijk betekent dat er meer in laag renderende staatsobligaties belegd moet worden. Die leveren historisch gezien veel minder rendement op dan aandelen.

Om het verlies aan rendement bij oudere pensioendeelnemers op te vangen gaan pensioenfondsen de inleg van jonge deelnemers in het nieuwe stelsel juist meer risicovol beleggen. De nieuwe pensioenwet gaat uit van aannames zoals een gemiddeld rendement van 9% per jaar op aandelen, dat verder verhoogd kan worden door met geleend geld te beleggen. In het oorspronkelijke wetsvoorstel ging De Nederlandsche Bank uit van een hefboom van maximaal 15x de oorspronkelijke inleg, wat in de praktijk zou betekenen dat er een redelijke kans was om als jongere al je inleg in het pensioenfonds te verliezen.

Toen Pieter Omtzigt dit aankaartte als onverantwoord risico besloot de regering de leenrestrictie te verkleinen tot maximaal anderhalf keer de inleg. Met deze aanpassing werd het wetsvoorstel uiteindelijk aangenomen, wat betekent dat jonge deelnemers in het nieuwe pensioenstelsel met geleend geld gaan beleggen om het verlies van rendement bij oudere deelnemers op te vangen. Dat geleende geld komt van de oudere deelnemers binnen het pensioenfonds. Volgens minister Carola Schouten van pensioenen gebeurt dat binnen het huidige stelsel ook al, maar is dat nu nog niet zo transparant.

Hoe staan de pensioenfondsen ervoor?

Door de stijging van de rente is de dekkingsgraad van pensioenfondsen dit jaar over de hele linie gestegen. In november was de indicatieve dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen gemiddeld 124%. Hoewel de aandelenkoersen en obligatiekoersen daalden zorgde de hogere rente ervoor dat toekomstige verplichtingen van pensioenfondsen daalden.

Door de hoge rente kunnen pensioenfondsen naar verwachting makkelijker het benodigde rendement in de toekomst behalen. Daardoor hebben verschillende fondsen dit jaar een indexatie kunnen toepassen om een deel van de inflatie te compenseren. Zo gaan onder andere ABP (11,96%), BPF Bouw (14,52%), Zorg en Welzijn (6%) en PMT (6,2%) per 1 januari indexeren.

Door de hogere rente stijgt weliswaar de dekkingsgraad, maar dat wil nog niet zeggen dat pensioenfondsen er goed voor staan. Hun beleggingen zijn dit jaar fors in waarde gekelderd door de daling van zowel aandelen- als obligatiekoersen. Waren de beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen eind vorig jaar nog ruim €1.800 miljard waard, in het derde kwartaal van dit jaar is daar volgens cijfers van De Nederlandsche Bank nog maar €1.428 miljard van over.

Dekkingsgraad pensioenfondsen is sterk verbeterd (Bron: DNB)

Maar de beleggingen zijn dit jaar fors in waarde gedaald (Bron: DNB)

Hoe zit het met de verliezen op obligaties?

Door de gestegen rente zijn niet alleen de toekomstige verplichtingen van pensioenfondsen gedaald, ook daalde de waarde van hun obligatieportefeuilles. Volgens cijfers van De Nederlandsche Bank zakte de marktwaarde van alle obligaties van €907 miljard in het vierde kwartaal van vorig jaar naar €623 miljard in het derde kwartaal van dit jaar. Deze portefeuille is dus meer dan 30% in waarde gedaald.

Uit deze cijfers kunnen we afleiden dat pensioenfondsen gemiddeld bijna de helft van hun vermogen in obligaties beleggen. Dat terwijl obligaties de laatste jaren steeds minder rendement opleveren. Het is dan ook de vraag of pensioenfondsen in het nieuwe stelsel aan hun verplichtingen kunnen blijven voldoen als een groot deel van het vermogen een laag rendement oplevert.

Een belangrijke kanttekening bij de forse waardedaling van de obligatieportefeuille is dat pensioenfondsen de meeste obligaties gedurende de gehele looptijd aanhouden. Dat betekent dat ze over deze hele periode rente ontvangen en aan het einde de volledige inleg terugkrijgen. Verlies nemen op obligaties gebeurt pas als een pensioenfonds gedurende de looptijd obligaties moet verkopen en de marktrente gestegen is.

Waardedaling van obligaties in de pensioenfondsen (Bron: DNB)

Wat kunnen we van dit nieuwe pensioenstelsel verwachten?

Het nieuwe pensioenstelsel is eerlijker en in zekere zin ook transparanter dan het oude stelsel, maar zal voor de gepensioneerde waarschijnlijk nadelig uitpakken. De zekerheid van 70% van het middelloon is niet zonder reden losgelaten. Door demografische ontwikkelingen (meer gepensioneerden in verhouding tot het aantal mensen dat premie betaalt) was het oude stelsel al bijna onhoudbaar geworden. Het kon niet de zekerheid bieden dat er voldoende pensioen zou overblijven voor jongere generaties.

Het nieuwe stelsel is dus eerlijke in de zin dat het pensioen bepaald zal worden door het daadwerkelijk behaalde rendement. Maar dat is geen leuke boodschap als we een nieuwe economische crisis tegemoet gaan en de premies omlaag zullen gaan. Zeker als dat gepaard gaat met aanhoudend hoge inflatie. Een positieve noot is dat men in het nieuwe stelsel de mogelijkheid krijgt om bij ingang van pensioen eenmalig maximaal 10 procent direct uit te laten keren. Dat geld kan men dan naar eigen inzicht besteden.