Werd er nog geld gebruikt in de middeleeuwen?

 

Door: Wouter Wilmer

In het vorige stuk beschreven we hoe Romeinse keizers op grote schaal met het geld sjoemelden. Steeds weer werd het gehalte van edelmetaal in munten verminderd. Deze verloedering van het geld droeg mede bij aan de val van het grote rijk. Daarna verviel de wereld in de middeleeuwen, een periode die veel mensen doet denken aan achteruitgang. Maar is dat wel terecht? Stond de wereld daadwerkelijk stil en gebruikte men in de middeleeuwen nog steeds geld zoals de Grieken en Romeinen dat deden?

Back to basic

Na de val van het Romeinse rijk brak een tijd aan van grote onzekerheid. Meerdere volken vielen Europese gebieden binnen en men trok zich steeds vaker terug uit de steden. Op domeinen werd veelal zelfvoorzienend geleefd, het zogenaamde hofstelsel. Omdat men in grote onzekerheid verkeerde, werden munten vooral opgespaard. Zo verdween het stelsel van de Romeinen waarin muntgebruik wijdverbreid was.

Muntgeld verdween uit het alledaagse betalingsverkeer. In het huidige Engeland hebben de Romeinen geen voet aan wal gezet, maar zelfs hier viel men na de val van het Romeinse rijk terug op een primitief systeem dat meer weg had van ruilhandel. Zo werd grond vaak gepacht door een stuk van de oogst af te staan en ging er met veel transacties geen munt gemoeid

Er waren nog wel munten in gebruik, maar die stamden dan nog uit de tijd van de Romeinen of werden privaat in omloop gebracht. Er was geen sprake meer van één monetair systeem. De prijs van een product werd ook wel eens uitgedrukt in een mix van zowel munten als andere producten. De munten die destijds in omloop werden gebracht hadden geen gestandaardiseerde waarde, maar bevatten elk hun eigen gehalte aan edelmetaal.

Karel de Grote

Eigenlijk werd pas in de achtste eeuw door keizer Karel de Grote aanstalten gemaakt een nieuw monetair systeem op te zetten. Zijn vader, Pepijn de Korte, begon met een nieuwe zilveren munt. Deze munt heette de penning en werd geslagen naar voorbeeld van de oude Romeinse dinarius. Hiernaast werden ook rekeneenheden ingevoerd, de solidus en het pond. Een pond stond gelijk aan twintig solidi en een solidus was weer 12 penningen waard. De solidus en het pond waren toen geen munten, maar werden alleen gebruikt om transacties mee uit te drukken. Als rekeneenheid dus, een belangrijke functie van geld. Goud was in de vroege middeleeuwen nog zeer schaars en er werden om die reden nauwelijks gouden munten geslagen.

Keizer Karel de Grote, geschilderd in de vijftiende eeuw (Bron: Historiek)

Onder Karel de Grote werd de zilveren penning in een ontzettend groot gebied gebruikt. Ook verminderde hij het aantal locaties waar munten mochten worden geslagen en kwamen er vaste voorschriften voor hoe de munten eruit moesten zien. Zo ontstond er voor het eerst sinds de Romeinen weer een algemeen muntstelsel met gestandaardiseerde munten.

Dorestad

Er waren in het Rijk van Karel de Grote naar schatting rond de honderd locaties waar munten werden geslagen, waarvan er velen zeer klein waren. Eén van de locaties waar wel heel veel munten werden geslagen was in het Nederlandse Dorestad. Dit was tussen de 7e en het begin van de 9e eeuw een belangrijke handelsplaats, gelegen bij de splitsing van de Rijn en de Lek. Via deze twee rivieren kon men goederen in verschillende richtingen transporteren. Er was een grote haven, waardoor veel zilver hier het rijk binnen kwam. Dorestad was in de middeleeuwen een hele belangrijke stad en er werd ontzettend veel handel gedreven. Sommige producten die uit Dorestad afkomstig waren zijn later helemaal in Sri Lanka teruggevonden. De stad raakte in de loop van de 9e eeuw in verval. Het is gelegen op de plek waar nu Wijk bij Duurstede ligt.

Doordat dit muntstelsel over zo’n groot gebied was verspreid, ontstonden er ook verschillende namen voor dezelfde eenheid. Wat in een bepaalde regio een pound was, was voor de Fransen een livre en voor de Italianen weer een lire. Ook was een penning een penny voor de Engelsen en werd een solidus weer een shilling genoemd in Engeland. Het rijk van Karel de Grote was geen lang leven beschoren, maar het heeft wel de toon voor muntslag gezet.

Het enorme gebied dat Karel de Grote wist te veroveren (Bron: Wikipedia)

Florerende handel

In de hoge middeleeuwen kon de handel opbloeien nadat er eeuwenlang economische terugval was geweest na de val van het Romeinse rijk. Er was weer een functionerend geldstelsel en vorsten hadden steeds grotere gebieden in bezit. Daarnaast werden nieuwe uitvindingen gedaan. Zo ontwikkelde men een nieuw soort ploeg, waardoor de productie van voedsel toenam. In de late middeleeuwen kwamen daar ook nog eens handelssamenwerkingen bij, zoals de hanze die werd gesloten tussen Duitse steden.

De handel tussen Europa en het Midden-Oosten kreeg een enorme impuls door de kruistochten. De Europeanen kochten op grote schaal tapijten, sieraden en andere producten uit de gebieden waar de soldaten naartoe werden verscheept. Er moest natuurlijk betaald worden voor de troepen en voorraad die voor de kruistochten nodig waren. Ook moesten er heel veel munten uit allerlei verschillende regio’s worden omgeruild om met andere volken handel te drijven.

Ontwikkeling van banken

Dat de economie opbloeide zorgde ook voor de opkomst van bankiers. De vraag naar intermediairs werd groter omdat er een steeds groter aantal munten in omloop kwam. De vorst was de muntheer van zijn gebied en bracht zijn eigen munt in omloop die werd geslagen in de lokale Munt. Vanaf de dertiende eeuw kwamen er ook weer munten van goud in omloop, omdat goud minder schaars was geworden. Een van de meest bekende gouden munten, de Florijn, was afkomstig uit Florence en werd in veel gebieden geaccepteerd. Later werd de Florijn overal in Europa nagebootst en zo werd in Nederland in 1325 de eerste gouden gulden geslagen.

Gouden florijn geslagen in Italië in 1347 (Bron: Wikipedia)

Het vervoer van geld voor transacties was in die tijd geen sinecure en erg gevaarlijk. Ook hier werden diensten voor aangeboden. Bankiers hadden al vanaf de dertiende eeuw een netwerk opgezet, waardoor transacties makkelijk en snel konden worden uitgevoerd. Zo nam een geldtransport naar Gent vanuit de Champagne slechts vier dagen in beslag, terwijl hier voorheen wel weken voor werden uitgetrokken. Later werden er ook cheques voor dit soort transacties gebruikt, wat het vervoer veel veiliger maakte.

Kredietverlening

Zo waren er intermediairs ontstaan die voorzagen in de omwisseling en het vervoer van geld. In religieus opzicht was het voor Christenen niet toegestaan rente te heffen. Omdat er in het Jodendom wel enige opties voorhanden waren, werden Joodse bankiers grote verschaffers van vermogen. Bij veel van deze leningen werd ook om onderpand gevraagd. Een gebouw waar leningen konden worden afgesloten heette in de volksmond ook wel ‘de Lommerd’. Het woord is afkomstig van ‘Lombardije’, de regio in het noorden van Italië waar bankieren in de middeleeuwen hoogtij vierde.

Ook bij de koningen van zowel Engeland als Frankrijk vond kredietverleninggretig aftrek. Dit waren zeer risicovolle leningen, omdat er vaak werd geleend om oorlogen mee te financieren. De leningen kenden soms dan ook rentepercentages van wel zestig procent. De Franse en Engelse koningen gingen Joodse bankiers zelfs verbannen toen het water hen aan de lippen stond en leningen niet terugbetaald konden worden.

In Engeland ontstonden na de middeleeuwen bankiers doordat goud in bewaring werd gesteld bij goudsmeden, maar in de middeleeuwen ontstonden bankiers dus vanwege andere redenen. Dit doet denken aan de oude Grieken, want ook hier begonnen bankiers als een soort wisselkantoor in de handelscentra.

Het is ontzettend interessant om te zien hoe in de middeleeuwen de draad langzaam weer werd opgepakt en er later een florissante handel ontstond. Het beeld dat de middeleeuwen afdoet als een saaie periode is daarom ook deels onterecht. Het fundament voor de renaissance was gelegd, een periode waarin Nederland een wereldspeler zou worden.