Wereldwijde schulden naar record van $237 biljoen
De wereldwijde schulden zijn in het vierde kwartaal van vorig jaar verder gestegen tot een nieuwe record van $237 biljoen, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Institute of International Finance. Daarmee liggen de schulden van overheden, maar ook van bedrijven en huishoudens, ongeveer $70 biljoen hoger dan tien jaar geleden. In 2017 werd er in de hele wereld voor in totaal $21 biljoen aan nieuwe schulden gecreëerd.

Onder de ontwikkelde economieën bereikten de schulden van huishoudens als percentage van het bbp een nieuw record in landen als België, Canada, Frankrijk, Luxemburg, Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Alleen in Italië en Ierland, twee landen die tot een paar jaar geleden ironisch genoeg tot het lijstje van PIIGS-landen behoorden, zijn de private schulden nog beneden de 50% van het bbp.

Wereldwijde schulden naar 317%

Al die extra schulden zorgden wel voor meer economische groei, want als we de spreekwoordelijke schuldenberg van $237 biljoen afzetten tegen de het wereldwijde bbp, dan zien we dat er al vijf kwartalen op rij sprake is van een daling van de schuldenlast. Momenteel ligt deze op 317,8% van het bbp, vier procentpunt lager dan in het derde kwartaal van vorig jaar.

Door de extreem lage rente zien we op dit moment meer voordelen dan nadelen van de extra schuldcreatie. Doordat er weer volop geleend wordt draait de economie in een hoge versnelling en is de werkloosheid relatief laag. Maar het is zeker niet zonder risico’s, want de rente is wereldwijd nog nooit zo laag geweest als nu. Stijgt de rente weer, dan kunnen huishoudens en zelfs overheden met te hoge schuldenlasten opnieuw in de problemen komen.

Herhaling van zetten

Het is opvallend om te zien dat er sinds het uitbreken van de financiële crisis van 2008 vrijwel niets veranderd is. Ondanks een verscherpt toezicht op de bankensector en hogere kapitaaleisen van de Bank for International Settlements blijft ons financiële systeem nog steeds kwetsbaar.

In plaats van schulden af te bouwen werden bedrijven en huishoudens juist aangemoedigd om meer te lenen. Dat werd gefaciliteerd door centrale banken en overheden, die ervoor zorgden dat er meer goedkoop geld beschikbaar kwam op de plekken waar dat nodig werd geacht. Toch zien we overwegend euforie over de groei van de economie, terwijl die voor een belangrijk deel gedreven wordt door het aangaan van nog meer – vaak onproductieve – schulden.